De werkgroep astro-geschiedenis richt zich tot alle V.V.S.-leden met een interesse voor de historische achtergrond bij de vele aspecten van theoretische en praktische sterrenkunde.

U bent hier

The Universe Through the Eyes of Hubble

De Britse astronoom Isaac Newton (1642-1727) opperde als eerste het idee om telescopen op bergtoppen boven de atmosfeer te plaatsen, maar het idee om een ruimtetelescoop te ontwikkelen kwam van de Duitse ruimtevaart-pionier Herman Oberth (1894-1989). Eind de jaren 1940, opperde de Amerikaanse astrofysicus Lyman Spitzer (1914-1997) dat een ruimtetelescoop cruciaal was om nieuwe astronomische ontdekkingen te realiseren. Medio de jaren 1960 plaatste hij, als voorzitter van de National Academy of Sciences, de ontwikkeling van een ruimtetelescoop opnieuw op de agenda. Alhoewel er eind de jaren 1960, ruimtetelescopen (OAO-reeks) werden gelanceerd, werd het budget voor een grote Europese-Amerikaanse ruimtetelescoop pas goed gekeurd in 1977. In 1979 begon Perkin-Elmer aan de realisatie van een 2,40 m spiegel uit ULE-glas, die na twee jaren polijsten in december 1981 werd afgewerkt. De grote ruimtetelescoop werd vernoemd naar de Amerikaanse astronoom Edwin Hubble (1889-1953), wiens waarnemingen van sterrenstelsels met de 2,54 m Hooker-reflector op Mount Wilson de theorie van een uitdijend heelal aannemelijk maakten.

De Hubble Space Telescope (HST) werd, in opdracht van de Amerikaanse (NASA) en Europese (ESA) ruimtevaartagentschappen, door Lockheed Martin in Sunnyvale, Californië gebouwd. In oktober 1989 werd de HST overgebracht naar het Kennedy Space Center, waar de telescoop op 28 oktober 1989 voor het eerst werd geactiveerd tijdens testen voorafgaand aan het transport naar het lanceerplatform in maart 1990. Op 20 april werd de HST aan boord van het ruimteveer Discovery (STS-31) gelanceerd, maar algauw bleek dat de optiek van de 11 ton zware ruimtetelescoop een probleem had. Na een eerste herstellingsmissie (STS-61: ruimteveer Endeavour) verkreeg de HST bruikbaar “first light” in december 1993. Er volgden nog vier onderhoudsmissies en tijdens de laatste (STS-125: ruimteveer Atlantis) werd de HST voorzien van nieuwe instrumenten alsook van een koppelingsmechanisme waardoor een onbemande probe de telescoop in een vooraf bepaalde duikvlucht kan brengen om op te branden in de aardse atmosfeer boven onbewoonde gebieden. Astronomen hopen echter dat de HST het zal uithouden totdat de 6,50 m James Webb ruimtetelescoop zal operationeel zijn in oktober 2018.
Het gebruik van de HST zorgde voor een ware revolutie in de moderne sterrenkunde en onder de hoogtepunten rekenen we het Hubble Deep Field (1995 in het sterrenbeeld Grote Beer), het Hubble Deep Field-South (1998 in het sterrenbeeld Toekan) en het HST Ultra Deep Field (2004 in het sterrenbeeld Oven). Bij deze waarnemingen werd de HST op een schijnbaar leeg stukje van de nachtelijke hemel gericht, waarbij na 10 dagen belichtingstijd, de verste sterrenstelsels zichtbaar werden. In 2011 maakte de HST zijn miljoenste waarneming, waarbij de atmosfeer van de exoplaneet HAT-P-7b spectroscopisch werd geanalyseerd. In de voorbije twintig jaren observeerde de HST meer dan 17500 verschillende astronomische objecten, hetgeen resulteerde in 15000 wetenschappelijke papers.
Naast deze ongelooflijke ontdekkingen verwierf de HST bij het grote publiek bekendheid dankzij de schitterende foto’s van het universum. Dit boek is alweer een prachtig geïllustreerd werk geworden in de reeks ESO-boeken en een samenwerking tussen het Amerikaanse Space Telescope Science Institute (STScI) in Baltimore en het Europese Space Telescope European Coordinating Facility (ST-ECF) in Garching bei Munchen – Duitsland. De auteurs selecteerden de meest opmerkelijke HST-beelden uit een kwart eeuw waarnemingen, waaronder stellaire evolutie, planetaire wetenschap van het zonnestelsel, exoplaneten en kosmologie. Bovendien worden de belangrijkste ontdekkingen van de afgelopen jaren benadrukt en hoe ze passen in de moderne sterrenkunde van het nieuwe millennium. Opmerkelijk want een kwart eeuw geleden was er amper sprake van “donkere energie” en hadden astronomen nog geen exoplaneten ontdekt. Samengevat, een prachtig boek om de 25ste verjaardag van de HST te vieren, dat zeker een speciaal plekje verdient in de boekenkast van menig (amateur-) astronoom!

Oli Usher & Lars Lindberg Christensen
Springer 2014, 184 pagina’s, ISBN-13: 978-3319027227

Deel deze pagina

Reageer