U bent hier

De zon waarnemen in wit licht

Eens je je telescoop voorzien hebt van een goede filter en hem voor de eerste keer op de zon richt, zullen de donkere zonnevlekken direct opvallen. Toch is er nog veel meer te zien dan dat. Hieronder volgt een klein overzicht.

Overzichtsfoto

 

Zonnevlekken

Zonnevlekken zijn relatief donkere vlekken op de zon. Ze hebben een lagere temperatuur (3500-4500°C) dan de rest van de fotosfeer (5500°C) . Hierdoor zenden ze minder licht uit dan hun omgeving en zien we ze als donkere vlekken.

Zonnevlekken kunnen bestaan uit 2 delen: het zwarte centrale deel is de umbra. Deze umbra wordt bij sommige vlekken omgegeven door een lichtgrijze zone, de penumbra. De penumbra van grote zonnevlekken vertoont soms lijntjes die “striae” of “penumbrale filamenten” worden genoemd. Ze worden geassocieerd met bewegingen van heet plasma weg van de kern van de zonnevlek.
Zonnevlekken komen meestal in een groep voor. Een zonnevlekkengroep bestaat doorgaans uit 2 duidelijke delen en is langgerekt. Grote en complexe zonnevlekkengroepen kunnen zonneuitbarstingen veroorzaken die hier op aarde de radiocommunicatie kunnen verstoren.

 

Poriën

Poriën zijn grijze, onregelmatige vlekjes op het zonneoppervlak en hebben een korte levensduur (enkele uren tot hooguit een dag). Poriën zijn geen zonnevlekken, maar kunnen wel de voorlopers zijn van een nieuwe zonnevlekkengroep. Ze komen ook voor in actieve zonnevlekkengroepen.

Fakkelvelden

Fakkelvelden zijn heldere gebieden op de zon en zijn het gemakkelijkst te zien nabij de zonnerand. Ze hangen nauw samen met zonnevlekken. Ze zijn een hele tijd voor en na de vorming van een zonnevlekkengroep zichtbaar. Elke zonnevlekkengroep heeft zijn fakkelveld, maar niet elk fakkelveld heeft zijn zonnevlekkengroep.

 

Poolfakkels

Poolfakkels zijn heldere puntvormige gebieden nabij de polen van de zon of op hogere breedten. Ze komen vooral voor tijdens het zonneminimum. Sommige wetenschappers gebruiken het aantal poolfakkels tijdens een zonneminimum als voorspelling voor de sterkte van de daaropvolgende zonnecyclus.

Granulatie

Granulatie is de korrelige structuur van de zon die bij goede seeing vooral in het midden van de zonneschijf goed zichtbaar is. Granulen zijn hete gasbellen die opstijgen naar het zonneoppervlak, daar hun warmte uitstralen, en vervolgens terugkeren naar het inwendige van de zon. Ze geven de zon het uitzicht van een bord havermoutpap. Een individuele granule heeft een diameter van gemiddeld 1000 kilometer en een levensduur van 8 tot 20 minuten.

 

Randverduistering

Het licht aan de rand van de zon is iets minder helder dan dat afkomstig uit het centrum van de zonneschijf. De zon is immers omgeven door een atmosfeer die eerst wat afneemt in temperatuur. In het centrum van de zonneschijf kunnen we het diepst in de zonneatmosfeer kijken. Het licht dat we daar zien komt dus van het zonneoppervlak zelf, en dus uit de hetere lagen van de zon. Het licht aan de rand komt van een hogere en dus koelere laag uit de zonneatmosfeer, wat dus verklaart waarom het licht aan de zonnerand minder intens is.

Wilsoneffect

Als een symmetrische zonnevlek de zonnerand nadert lijkt het alsof de umbra niet meer mooi in het midden van de penumbra ligt, maar naar de rand van de penumbra aan de kant van het zonnecentrum is verschoven. Het effect wordt veroorzaakt doordat een zonnevlek eigenlijk een depressie vormt in het zonneoppervlak.

 

Lichtbruggen

Lichtbruggen zijn heldere delen (heet plasma) van de fotosfeer die boven een zonnevlek hangen. Daardoor lijkt het alsof een zonnevlek in 2 of meerdere stukken is verdeeld. Als er een geïsoleerd gedeelte plasma boven een zonnevlek hangt spreken we van een fotosferisch eiland. Lichtbruggen zijn van korte duur en veranderen snel van vorm. Dikwijls kondigen ze het uit elkaar vallen van de bewuste zonnevlek aan. Op de afbeelding hieronder kan je in de linkerzonnevlek een lichtbrug en meerdere fotosferische eilanden zien (klik voor grotere versie).

 

 

Deel deze pagina

Reageer