Vendelinus is officieel van start gegaan in januari 2000. Het hoofddoel van Vendelinus is om een verenigingsleven aan te bieden aan de volwassen leden van de Cosmodrome.

U bent hier

Verslag Vendelinusvergadering 20 oktober 2012

Verslag Vendelinus vergadering 20 oktober 2012

Er waren liefst drie jarigen in de groep: Fernand, Theo en Dirk. Ze trakteerden ons op taart. Bedankt en een hartelijke proficiat.

Op de tweede zaterdag van december gaat traditioneel ons kerstfeestje door. Om toch enig idee te hebben over de hoeveelheid drank, snoepjes, eten zou ik graag willen weten wie er komt op 8 december 2012. Gelieve zo vlug mogelijk te antwoorden.

Astronieuws

In de open sterrenkoop M44 in het sterrenbeeld Kreeft zijn voor het eerst planeten rond zonachtige sterren ontdekt. Dit is alweer een "taboe" dat sneuvelt. Men dacht vroeger dat planeten niet konden voorkomen in meervoudige STER-systemen, en al helemaal niet in sterrenhopen.

En dat het in de wereld van de exo-planeten speciaal kan zijn, getuigen de volgende twee voorbeelden. Rond de ster KoI-500 draaien liefst vijf planeten in een gebied kleiner dan 1/12

de van de baan van de aarde. De ster staat op een afstand van 1100 lichtjaar in het sterrenbeeld Lier.

En rond de dubbelster PH1 draait in ca. 138 dagen een planeet. Op 1000 AE draait een tweede dubbelster rond hun gemeenschappelijk zwaartepunt. Een planeet in een viervoudig STER-systeem!

Er is een exo-planeet in de buurt!

Rond de ster α Centauri B is een planeet ter grootte van de aarde gevonden. Ze loopt op een afstand van 6 miljoen km (0,04 AE) in 3,2 dagen rond de ster. Omdat de planeet zo dicht bij de ster staat is het er ziedend heet. Het drievoudig systeem α Cen staat op 4,3 lichtjaar en is onze naaste buur.

Dust devil (hoogte 20 km)

Satellieten hebben al een tijdje geleden methaan gevonden in de Marsatmosfeer. Deze verbinding is er geen lang leven beschoren en moet bijgevolg regelmatig vernieuwd worden. Organisch van oorsprong of niet? De oorzaak moet gezocht worden in elektrische ontladingen in stofstormen en stofhozen. Water en CO

2 worden hierdoor geïoniseerd en deze ionen combineren vervolgens tot methaan. Dit klopt met het gegeven dat het meeste methaan wordt waargenomen tijdens het stofrijke zomerseizoen op Mars.

In het melkwegcentrum is er een grote sterrendichtheid, zijn de getijdenkrachten van het centrale zwarte gat aanzienlijk en is er tevens een grote frequentie aan supernovae. Dit alles pleit sterk tegen de aanwezigheid van planeten nabij het centrum. Met de VLT is een langgerekte wolk van waterstof en helium gevonden die in de richting van het melkwegcentrum wordt getrokken. Is dit een losgerukte planetaire schijf van een jonge ster die té dicht bij het centrum is gekomen?

Uit resultaten van de röntgenspectrometer van de Messengersatelliet blijkt de bodem van uitgestrekte vulkanische vlakten op Mercurius in zijn samenstelling af te wijken van die van de andere aardse planeten. Men vindt er veel zwavel en magnesiumhoudende mineralen. Deze samenstelling gelijkt erg op die van een zeldzame meteorietensoort (endasiet chondriet), die gevormd zijn in een zeer zuurstofarme omgeving.

De Chandra röntgensatelliet heeft een enorme ijle, zeer hete (1 tot 2,5 miljoen graden) halo rond het Melkwegstelsel gevonden. De diameter bedraagt mogelijk meer dan ca. 300 000 lichtjaar. Deze halo kan het antwoord zijn op het zogenaamde "missing-baryon" probleem. Baryonen (protonen en neutronen) vormen de bouwstenen van de materie zoals wij die kennen. Extreem verrre sterrenstelsels, toen het heelal slechts enkele miljarden jaren oud was, bezitten een baryonendichtheid die 1/6

de is van die van donkere materie. In ons Melkwegstelsel en andere nabije stelsels is dit slechts 1/12de.

Artistieke impressie van de melkweghalo. De kleine witte vlekjes stellen de Magelhaanse wolken voor.

Curiosity is op Mars geland in de krater Gale, in een opgedroogde rivierbedding. Hier liggen kleine, ronde steentjes "ingemetseld" in ander gesteente (zie hierboven: rechts Mars en links op aarde). Hun grootte wijst op transport over grote afstand en de afmetingen laten zien dat hiervoor niet de wind

verantwoordelijk kan zijn. Er moeten ooit enorme hoeveelheden water over de kraterwand zijn gestroomd en dit gedurende een lange periode.

 

Deze grafiek laat het aantal deeltjes zien, afkomstig van de zon, dat op Voyager 1 terecht komt. Dit is in september en oktober 2012 haast tot nul gereduceerd. Bovendien is er een toename geconstateerd van hoge-energie kosmische straling, afkomstig van de interstellaire ruimte. Als nu ook nog een richtingsverandering van het magnetisch veld wordt waargenomen, is men zeker dat het ruimtetuig het zonnestelsel heeft verlaten. Voyager 1 bevindt zich nu op zo’n 18 miljard km (120 AE).

Als toetje werd een mp4 filmpje getoond over het ontstaan van poollicht en van de poollicht ovaal. Tevens werd even ingegaan op de kleur van het poollicht (zie illustratie hieronder).

Tony

De reis naar Nova Zembla en poollicht

 

Omdat de zeeweg naar Azië ( China, Japan,"Oost Indië") voor de Hollanders afgesloten was door de oorlog met Spanje probeerden de Hollanders of het mogelijk was over het noorden, langs Siberië , naar China etc. te komen.

 

Dat resulteerde in drie pogingen: de zeereizen van 1594, 95, 96/97 . Tijdens die laatste reis moesten ze op Nova Zembla overwinteren. In de beschrijving van die tochten is er geen sprake van poollicht.

 

( Wel is er het befaamde Nova Zembla verschijnsel, iets totaal anders. De zon keerde na de poolnacht van 3 maanden veertien dagen te vroeg terug.)

 

De vraag was: Waarom zagen de Nova Zembla vaarders geen poollicht?

 

Siebren v.d. Werf, schrijver van het Nova Zembla Verschijnsel,antwoordde: "Heb ik nooit over gedacht. Maar je hebt gelijk."

 

Het antwoord van Jan Koeman in Middelburg was, vraag eens in het Lofoten Polar Light Center.

 

Daar was ook Alja Duchateau, één van de leden van de amateurs sterrenkunde vereniging "Galileo", met haar man een paar jaar eerder op bezoek geweest.

 

Het Polar Light Center antwoordde:

 

Erg leuk om hiermee bezig te zijn en historische gegevens te onderzoeken op poollicht waarnemingen. Het is natuurlijk vreemd dat er geen melding van is tijdens deze reis. Op die plek, zo ver noordelijk zou met name overdag, in de wintermaanden toch wel eens noorderlicht te zien moeten zijn geweest. ‘s Avonds ligt de poollichtovaal vaak te ver zuidelijk van Nova Zembla, zodat wij hier zelfs naar het zuiden moeten kijken.

De bijdrage van Tony ging ook over het poollicht, met prachtige plaatjes en animaties.

Ik liet wat plaatjes zien van het poollicht, gedeeltelijk door Alja gemaakt.

Maar wat is dat poollicht nu?

De van de zon afkomstige deeltjes bevatten veel energie, die in de bovenste kilometers van de aardatmosfeer door botsingen wordt overgedragen op zuurstof en stikstofatomen. (rood – groen licht).

Die energie komt uiteindelijk vrij en wordt op 80 tot 1000 kilometer hoogte uitgestraald in de vorm van het kleurrijke poollicht.

Elektronen springen terug naar lagere baan en zenden licht uit, groene en rode (en blauwe) gordijnen wapperen over de noordelijke streken. Bij Tony staat welke kleur bij welke ionen horen

Pas in 1957/58, tijdens het Internationaal Geofysisch Jaar werden de Van Allen Gordels ontdekt.

Het

Internationaal Geofysisch Jaar (IGJ) was een internationaal wetenschappelijk project dat duurde van 1 juli 1957, tot 31 december 1958.

Pas in 1957 tijdens het Internationaal Geofysisch Jaar werden de zogenaamde Van Allen gordels ontdekt met behulp van apparatuur op de Explorer. De Van Allen-gordels bestaan uit geladen deeltjes die met hoge snelheid op de aarde afkomen. Rond de aarde komen deze deeltjes het magneetveld van de aarde tegen. Er treedt eigenlijk hetzelfde effect op als in een dynamo. Door de vorm van het magneetveld, geconcentreerd rond de polen, worden de deeltjes in het magneetveld vastgehouden. De geladen deeltjes bewegen zich langs magnetische veldlijnen van de noordpool naar de zuidpool en terug.

In augustus van dit jaar 2012 lanceerde de NASA 2 satellieten naar de Van Allen gordels.

Door de NASA Radiation Belt Storm Probes genoemd.

We komen er nog eens op terug.

Bedankt voor alle inbreng, Jeanine vooral bedankt voor haar vraag over de dikte van de gordels, waardoor heel wat opmerkingen en overwegingen los kwamen.

Edy

Zwerfplaneten

Als je de kuiperbeltobjecten (KBO’s) nader bekijkt, valt op dat vele bewegen in een baan met grote excentriciteit en grote inclinatie. Ook zitten heel wat objecten in baanresonanties met Neptunus. De KBO’s kunnen onmogelijk ter plaatse zijn gevormd. Het gebied is té groot en de oorspronkelijke dichtheid té klein hiervoor.

Nader onderzoek, vooral via computersimulaties, toont aan dat het er in de ontstaansperiode van ons zonnestelsel nogal chaotisch aan toe ging. Jupiter en Saturnus gingen elkaar beïnvloeden en hierdoor werden Uranus en Neptunus verder van de zon gedwongen, wat een hele verstoring binnen het planetenstelsel heeft veroorzaakt. De kans is tevens groot dat hierdoor één of meerdere planeten uit het zonnestelsel werden geslingerd. Vermoedelijk is het dan elders ook zo chaotisch verlopen zodat vrij rondvliegende planeten geen zeldzaamheid zijn.

Maar hoe ga je ze opsporen? Ze hebben een enorme kleine helderheid en ze kunnen zich overal bevinden. In mei 2011 toonde een samenwerking tussen MOA (Microlensing Observations in Astrophysics) en OGLE (Optical Gravitational Lensing Experiment) aan dat zwerfplaneten zeer talrijk kunnen voorkomen. Blijft de vraag: hoe spoor je ze op?

Via microlensvorming, een gevolg van de algemene relativiteitstheorie van Einstein. Massa vervormt ruimte-tijd, zodat licht nabij een massa wordt afgebogen. Als een object, bv. een bruine dwerg (zie illustratie hierboven) door de gezichtslijn aarde-ster trekt, treedt een helderheidstoename van het licht van die ster op. De duur van de lenswerking is afhankelijk van de massa van de lens. Voor

een Jupiterachtige planeet is dit minder dan twee dagen. De hoogte van de helderheidspiek zegt iets over de geometrie van de lenswerking.

In de illustratie hieronder zie je een brede, langdurige piek van de helderheidstoename veroorzaakt door bv. een andere ster of een bruine dwerg. Hierop gesuperponeerd een kortdurende (8 uren) piek veroorzaakt door een planeet die rond het lensobject draait.

Het MOA-project focust zich op de centrale verdikking van de melkweg. Hier hebben ze 474 lensevenementen waargenomen, waarvan er 10 korter waren dan twee dagen (hiervan werden er 7 door OGLE bevestigd).

Wanneer je rekening houdt met de geluksfactor in de waarnemingen en je extrapoleert die resultaten naat het hele melkwegstelsel, dan komen astronomen tot het besluit dat er zich in onze melkweg miljarden zwerfplaneten bevinden. Vertrekt men van de data van de Keplersatelliet en het feit dat het er vermoedelijk in alle planetenstelsels nogal chaotisch aan toe gegaan is, dan komt men tot eenzelfde schatting van het aantal zwerfplaneten.

Tony

 

 

Reageer