Planten

Groeiproces 
Groene planten hebben enerzijds licht nodig voor de fotosynthese. Daartoe beschikken ze over chlorofyl, dat gevoelig is voor licht in het golflengtegebied tussen 400 en 700 nm (ongeveer het gebied van het zichtbare licht). Hoe meer groeilicht er aanwezig is, hoe sneller de plant groeit.
Anderzijds mijden planten ook het licht, via het fotoperceptieproces. Daarbij zijn speciale moleculen betrokken, namelijk de fotoreceptoren. Daarvan bestaan er twee types: een voor licht tussen 300 en 500 nm, en een voor licht met golflengte groter dan 600 nm. Deze laatste beinvloedt allerlei celactiviteiten zoals kieming, celstrekking, ontvouwing van nieuwe bladeren, doorbreking winterrust, ... . Groeistoornissen kunnen dus optreden door lichtvervuiling, dat eerder rood licht is (en dus naar de langere golflengtes neigt), doordat deze moleculen gestimuleerd worden, terwijl de fotosynthese grotendeel stilligt. De fotosynthesecyclus van planten uit twee delen: een licht- en een donkerreactie. Hoewel deze donkerreactie niet noodzakelijk in een donkere omgeving hoeft plaats te vinden, kan men gerust een tijdje het licht uitdoen zonder dat de plant "stil ligt".
Zulke groeistoornissen zijn waargenomen bij kasplanten in de directe omgeving van assimilatieverlichting. Andere planten, zoals de tomaat en de aubergine, kunnen niet groeien onder continu licht, omdat deze planten een echt donkere periode van minstens 4 uur nodig hebben.

Serre in Hoogstraten

Het grootste probleem met serres is dat deze vaak zeer slecht afgeschermd zijn, zodat de assimilatieverlichting niet alleen de planten in de serre, maar ook de hele omgeving, in het licht zet. Met grote energieverliezen en lichtvervuiling tot gevolg.

Men heeft gemerkt dat hop -een belangrijk bestanddeel van bier- veel schade kan ondervinden van de straatverlichting. Om dit te verhelpen is er besloten om gedurende bepaalde periodes een kant van de straatverlichting te doven. Duidelijk op nevenstaande foto is dat de weg nog voldoende verlicht is. Het is echter een foute werkwijze om enkel de planten waarvan wij rechtstreeks gebruik maken te beschermen. Alle bomen en planten staan immers in voor de zuurstofvoorziening.


Vorstschade 

Hoewel nog niet aandachtig gedocumenteerd en onderzocht, ondervinden ook planten in de vrije natuur hinder: deze planten worden sneller groen, en blijven het ook langer, waardoor kans op vorstschade in de lente of herfst groter wordt. Dit merkt men vooral op bij planten en bomen die langs autosnelwegen groeien. De foto hiernaast (genomen op 1 december)  toont hoe de zijde van de boom die naar de lantaarnpaal gericht is nog volop bladeren draagt, terwijl de andere kant al kaal is.

Een vaak gehoorde reactie: "het is toch mooi dat die planten langer in blad staan"... . Spijtig genoeg raakt de plant er ernstig door beschadigd, en laat de plant er na verloop van tijd het bijltje bij neer...

Verdere lectuur: